We hadden zin om er even uit en besloten een kort bezoekje te brengen aan de theetuin van Oranjestein. Gelukig hadden ze er ook koffie!)
Oranjestein is een landgoed in Oranjewoud van oorsprong van de Friese Nassau’s en is de laatste decennia bestierd door de familie De Beaufort. Onlangs is het landgoed, inclusief de Roodbaard tuin overgegaan naar de Stichting Staten Stinzen.
Anna ontmoette een vroegere collega Willia, die werkzaam is op deze locatie. Na de koffie-met-wat-lekkers maakten we nog even een rondje door het park, waar we door een strenge meneer die als een duveltje uit een doosje uit een huisje kwam om ons er op te wijzen dat we ons niet aan de voorgeschreven route hielden. Oef, zal het niet weer doen, maar heb ondertussen wel een heel leuk huiske kunnen fotograferen!
Alweer een paar jaar geleden dat ik op fotosafari was in het Easterskar. Vanochtend ff een rondje gedaan. De beheerder, It Fryske Gea, heeft hier en daar wat paden verlegd maar de natuur is het zelfde gebleven.
De laatste dag van juli Ibizamarkt in het altijd gezellige Steenwijk. Daar moesten we natuurlijk even heen, lekker even rondsneupen, bakkie+ op terras. Anna vond wat leuke kledingaccesoires en ik kon m’n D850 (camera) even uittesten. Kijk maar even mee.
Na wekenlang gebukt te gaan onder lage temperaturen, geen zon en veel regen, leken de weergoden ons wat gunstiger gezind. We popelden om weer even met de camper op pad te gaan. Enkhuizen zou het worden, we ontdekten gemeente camping “De Vest” op een bastion van de stadswallen en op loopafstand van de historische stad en het strand. Ikzelf ben aardig bekend in het stadje, vroeger kwamen we er met onze zeilboot de Liberty, over het IJsselmeer vanuit Stavoren.
Het stadje is leuk, de historische binnenstad met het in het oude historische pand de educatieve tentoonstelling Sow to Grow. Ook de Dromedaris en de haven alsmede de rond de binnenstad dromerig gelegen straatjes aan grachtjes hebben we bewandeld. Het Sprookjes Wonderland hebben we overgeslagen als ook het Zuiderzee museum, daar waren we beiden al eens geweest.
Met Sem naar het strand, kon hij zich even uitleven. Het hele strandgebeuren is momenteel op de schop, het prachtige zandstrand van weleer wordt omgetoverd tot een boulevard met allerhande toestanden, gerealiseerd door Europarcs. Of we daar blij van worden? zet er maar vraagtekens bij. Enkele Enkhuizers die ik daar sprak in ieder geval niet. Over Enkhuizers gesproken, we kregen Els (nicht van Anke) en Tom nog even op de koffie, erg gezellig. Ach weet je wat? bekijk de foto’s maar even, dan weet je waar ik het over heb.
En dan El Rocio. We settelen ons op de comfortabele camping en wandelen naar het stadje in een kwartiertje. En…… wat mooi. Het stadje is helemaal paard georiënteerd, dus louter zandwegen en pleinen en overal van die balken om het paard vast te zetten. Alle huizen en gebouwen zijn wit, zo ook de Santuario de Nuestra de Siñora del Rocio, een zeer opvallende grote kerk. Ieder jaar tijdens Pinksteren komen hier ongeveer 1000000 (ja een miljoen) pelgrims bijeen met allemaal versierde paarden en wagens voor de Romería del Rocío de pelgrimstocht naar El Rocío, teneinde de beeltenis van de Heilige Maagd, de nuestra de Siñora del Rocío te vereren. De maagd heeft de bijnaam La Paloma Blanca, de witte duif, gekregen In heel veel van die witte gebouwen zijn Hermandades, broederschappen gevestigd. Iedere meer of minder belangrijke stad heeft hier een broederschap, ik meende dat er zo’n 90 gevestigd zijn. We bekijken het stadje, Anna koopt een hoed en we dronken een glas Op de terugweg kwamen we langs een zaaltje waar een 20 tal mensen vrolijk aan het zingen waren begeleid door een paar gitaren. We maakten foto’s waarop we werden uitgenodigd om te komen bier drinken maar helaas, ik mag geen alcohol dus we hebben beleefd bedankt. We zijn speciaal een dag langer gebleven want zoals staat geschreven is er zaterdags veel reuring in El Rocio. We toffelden heen door het mulle zand en inderdaad, een enorme drukte, allemaal mensen te paard en in koetsen, iedereen laarzen, de vrouwen een hoed en de mannen veelal een cap. De paarden en muilezels met hun mooiste tuig. Er was een speciale vuurwerkafsteker, harde knallen. En we zagen een soort optochtje van een Hermandad (broederschap), twee mannen met trom en fluit, een door twee man gedragen bloemstuk en een vaandel. Waarschijnlijk werd dat de kerk in gebracht, een offerande aan de heilige maagd? Overal horen we muziek en gezangen, waarin je duidelijk de moorse invloeden hoort. Het was geweldig om mee te maken.
De tweede woestijn die we bezochten tijdens onze overwintering ligt in zuid Spanje, Andalusië. Het gebied bestrijkt ongeveer 280 vierkante kilometer, ongeveer de helft van de halfwoestijn Bardenas Reales in het Noorden. In de Tabernas woestijn zijn nagenoeg géén routes uitgezet, voorzichtigheid is geboden, je bent er zomaar verdwaald. De Tabernas is een echte woestijn, de enige van Europa. Sinds de jaren 50 is de woestijn het decor geweest voor meer dan 300 films. Klassiekers als ‘Once upon a time in the West’, Sergio Leone’s ‘Dollar trilogie’ van spaghetti westerns en Indiana Jones ‘The last crusade’ zijn hier (groten)deels opgenomen. We hebben eerst een paar dagen op de camping Rout66 gestaan, daarna 2 nachten op de camping van Fort Bravo, het fotogenieke westernstadje waar veel films zijn opgenomen. Dagelijks worden hier westernshows opgevoerd, o.a. een bankoverval. We hebben het meebeleefd, alhoewel het Spaans voor ons eigenlijk niet te volgen was, hebben we genoten van de acteurs/stuntmannen. Weet je wat? kijk maar even mee.
Even een een rondje bollenvelden in de Noordoostpolder. Een mooi gezicht onder de hoogzwangere wolkenluchten. Even een bakkie bij de orchideeënhoeve-die-nu -anders-heet waar we zowaar kennissen tegenkwamen, konden we even bijkletsen.
Het beloofde een weekend te worden met temperaturen rond de dertig graden. Ik had al wel gezien dat het overal nog erg druk was, dus maar even reserveren. Camperplaats de Steenanjer zat helemaal vol, gelukkig had de naastgelegen camping Koeksebelt nog één plekje. een leuke camping met alles-er-op-en-er-aan, zelfs een losloopveld voor Sem. Nou, dat vond ie geweldig natuurlijk.
De volgende dag het stadje even verkend, leuke winkeltjes in gezellige straatjes en heel veel horeca.
Ik had met mijn ochtendwandelingetjes de omgving al even verkend, en ’t is er mooi, vooral de bosgebieden van landgoed Het Laar. We hadden op zondag een verlenging bijgeboekt, (anders hadden we al om elf uur weggemoeten) zodat we nog fijn even konden wandelen. Er was veel te ontdekken, een ijskelder, de totem van de scouts, een heel groot hertekamp met biggen, heel veel damherten , bokken en geiten en héél chagrijnige emoe’s (Hè Sem?)
Vrijdag 7 juli vertrokken we met ons campertje voor een rondreis Jutland – Denemarken. We besloten om niet via Bremen en Hamburg te gaan maar om een relaxte route door Noord Duitsland te rijden en om bij Wischhafen de Elbe over te steken naar Glückstadt. Dit voldeed ons, ondanks de lange wachttijd voor de pont prima. Voor Wischhafen is ook een fijne CP waar we gebruik van hebben gemaakt.
We reden via een lange dijk het Eiland Romo op, waar je op het strand mag parkeren met de camper, een belevenis. Het was op een zondag, met 30 graden en dus ongelofelijk druk. ’t is dicht bij de Duitse grens en dus heel veel Duitser trekken daar dan heen. Och we vermaakten ons prima, lachten om auto’s die zich vastreden, tot dat, ja we zelf weg wilden. Heel voorzichtig wegrijden en toch, tot de assen in ’t zand. Gelukkig heel veel Osterburen, dol op een verzetje die ons er weer uit hielpen. Op het eiland zelf een hele moderne, uitstekende CP-met-grasveldje voor iederew camper.
We tourden wat langs de kust en bezochten diverse plekjes, echt heerlijk Deens gevoel. Je moet er geweest zijn om te weten wat ik bedoel. Binnendoor richting Skagen, onderweg nog een plek aan de Limfjord.
En dan Grenen, het Noordoostelijke puntje van Jutland, waar de twee zeeën, Noordzee en Oostzee elkaar ontmoeten. En dat gaat niet zomaar, nee, dat gaat onstuimig, met hele vreemde kruiszeeën. we stonsen daar op die punt, met onze gympen, de ene in de Noordzee, de andere gymp in de Oostzee, gaf toch een heel apart gevoel. “t was me nogal een eind sjouwen door dat mulle zand, terug maar comfortabel met de tractor en wagen.
We zochten een overnachtingsplek daar het nordstrand, het echte Noordelijkste puntje van Denemarken. We stonden daar met 4 campers, absolute rust met zicht op een helemaal verlaten strand, werkelijk een van de fijnste plekken die ik ken. had hier best een week willen staan. Sem vond ook al snel een Duits vriendinnetje en op het strand konden ze fijn los en ravotten.
Op de terugweg maakten we een stop aan de Mariagerfjord, nog even mooi als vroeger en maakten we een stop bij Middelfart, een gratis CP op een plek waar bruinvissen en dolfijnen te spotten zijn. hierboven, de laatste foto, echt waar, dat zwarte dingetje is dus een dolfijn of bruinvis. even later hebben we meer dichtbij gezien, maar de camera niet bij de hand.
Onze laatste overnachting was bij het kasteel van Sonderborg, ook weer een gratis overnachting, met pal voor ons de Dannebrog, het jacht van de Deense koningin. Ze verbleef op een kasteeltje vlakbij, maar de rituelen, halfuurlijkse wisseling van de wacht, ging gewoon door.
Vanuit hier weer terug naar Huis, met weer een rustige overnachting aan de Elbe en waren vrijdag weer thuis.
De hele reis is ook te volgen op Polarsteps, met méér foto’s en beschrijvingen.
De weergoden beloofden stralend zomerweer dus het campertje lonkte. Maar waarheen? Anna wilde wel graag naar Dokkum en ik naar Lauwersoog. Nou, beide plaatsen liggen op een steenworp van elkaar, dus een mooie combi.
we streken neer op de stadscamping, waar we een mooi plekje hadden met veel gras, ook lekker voor Sem. Al snel de stad even in, waar het erg gezellig was.
Bonifacius, in dat achthoekige doosje zou een stukje schedel van de beste man zitten.
Ook brachten we een bezoekje aan de ijsfontein. Nou, dat viel vies tegen, het ding voelde wel wat koud aan en hier en daar ontstond wat koude mist, maar géén ijs. Het ding stond gewoon een heleboel energie te verspillen.
Dan maar even een terrasje doen, die zijn er plenty in Dokkum, er kan goed gelaafd en gelest worden.
Nou, dat was Dokkum. Het dieseltje gestart en naar onze volgende stek, Lauwersoog, een plek in de jachthaven, tussen zoet en zout. We hadden geluk, de meeste camperplekken zijn op beton, een paar op gras met uitzicht op het Nieuwe Robbengat, een slenk van het Lauwersmeer. En laat daar nu het mooiste plekje vrij zijn, he-le-maal voor ons.
Op de haven zelf is van alles te beleven, mooie schepen, het lossen van nieuwe steigers en veel meer.
zondag maar even een rust en uitpufdag, met ruim 30 graden zit je lekkerder in de schaduw.
Natuurlijk brachten we een bezoek aan de haven, altijd wat te beleven ennn…. even aan de kibbeling.
We vonden nog een dooie haai, nou goed, haaitje, en op de kade waren schoolkinderen bezig met iets educatiefs.
Wij vertrokken de volgende dag weer naar Heerenveen.